Huygens studeerde rechten en werd na een diplomatieke loopbaan in binnen- en buitenland in 1625 secretaris van de stadhouders van Oranje. Hij kwam in contact met de grote denkers van zijn tijd, o.a. met René Descartes en John Donne.
Huygens was vooral bekend als dichter. In zijn gedichten, zowel in het Latijn als in het Nederlands geschreven, hekelde hij vaak de mode en de gebruiken uit zijn tijd in spitse bewoordingen. Enkele bekende werken van die aard zijn `Batava Tempe, dat is `t Voorhout van `s-Gravenhage` (1621) en `Zede-printen` (1623-`24). Het bekendste dichtwerk van Huygens is ongetwijfeld `Vitaulium. Hofwijck. hofstede van den Heere van Zuylichem onder Voorburgh` (1653).
Huyghens schreef daarnaast ook toneelstukken, o.a. de klucht `Trijntje Cornelis` (1651, uitgegeven in 1657), en zijn autobiografie `De vita propria inter liberos libri duo` (1678). Hij was een vurig muziekliefhebber: Hij componeerde enkele kleine stukken en schreef een verhandeling over het orgel.